Mijn oma zag de honger wel en de priester nooit in de ogen, wist wereldoorlogen te relativeren ook al snapt ze niets van breuken,
mijn oma haar man werd ziek,veertig jaar geleden en is ondertussen overleden, en dat terwijl zij boterhammen voor hem smeerde
Mijn oma kreeg drie keer kanker (en evenveel bezoek van een ongekend familielid), ze kreeg een beroerte, een geaborteerde dochter,
mijn oma kreeg ook een kamer in een tehuis: een compartiment in een collectieve doodskist waar je patience kan spelen,
zittend in je eigen katholieke urine of stront (sommigen zijn dan dood, anderen niet…of misschien niet met zekerheid).
Als oma valt, kan je dat drie weken later nog zien, ‘potverdikke’ zegt ze dan met piepende longen ‘dat gaat ook weer wel over’.
Ik zou graag de punt van mijn lege pen proppen in elke blauwe vlek op dat perkamenten vel van haar. Dat, zou wereldliteratuur zijn.